mensgewijs langs menspaarse wegen

door Gust Gils

1

over geheime dieren ingewijd
werd hij ten strijde gedoemd.
laat mij u een donkere historie vertellen:
hoofden heeft hij in zijn hand
tot molm geknepen, messen gezwaaid,
slierten zwetende haren uit zijn gezicht geveegd
en bloedklonters; ribbenkasten kundig
ingestampt.

maar plots – laat mij een donkere
historie vertellen. zo donker dat
van afschuw zij in timmerhout verandert:
plots vanuit een onvermoede greppel duikt
een tegenstrever voor hem op
– ach ook een moederskind mevrouw –
en snijdt hem de ogen uit:

zijn kijken komt het kristalheldere staal
niet meer te boven.

2

ook vrat in hem zijn tunnels
een kogel, een zó eenzaam voorwerp
men mag er niet op doordenken.

nu, doorheen de in zijn lijf ontstane openingen
vielen elektriese lichtstralen:
dat wekte vertrouwen.
en toen later – hoe ongelofelijk laag –
de vlam ging in zijn valse hersens bruisen
werd hij mensachtig zelfs, iets als een kauwende schaduw,

mensgewijs langs de menspaarse wegen.

ergens staat nog vast een huis
met een bebloed dagblad
voor het raam, waaruit zijn in stukken gesneden zijn blijkt;

zijn erg verdunde eigenschap
klopt wel verder in de ader het moordzuchtig relaas
van een doodsbericht.


door Gust Gils


tekstbron: DBNL
opgenomen in WEEKBLADEN #49 - transmutaties van de middenstem

Stuur uw bijdragen (enkel tekst aub, geen prentjes) voor de WEEKBLADEN naar weekbladen@radioklebnikov.be

Ontdek onze CD-collectie
op BANDCAMP!