Lof van de verte

door Paul Celan


(tekstbron: )

Lof van de verte

In de bron van je ogen
leven de netten der vissers der dwaalzee.
In de bron van je ogen
houdt de zee haar belofte.

Hier werp ik,
een hart, dat onder mensen verbleef,
mijn kleren af en de glans van een eed:

zwarter in het zwart, ben ik naakter.
Afvallig pas ben ik trouw.
Ik ben jij, wanneer ik ik ben.

In de bron van je ogen
drijf ik en droom van roof.

Een net ving een net:
wij scheiden omstrengeld.

In de bron van je ogen
wurgt een gehangene zijn strop.


Geregistreerde lezing(en) van deze tekst:
Lob der Ferne