In de tijdhoek zweert

door Paul Celan


(tekstbron: vert. NKdeE 2020)

In de tijdhoek zweert
de ontsluierde els
stil voor zich uit,

op de aardrug hurkt,
een handspanwijdte breed,
de doorschoten long,

het vleugeluur pikt
op de veldgrens de sneeuwpit
uit het eigen steenoog,

lichtlinten ontsteken mij,
kroonschade flakkert.


Geregistreerde lezing(en) van deze tekst:
Im Zeitwinkel schwört