Wapen van Ahlen

door Gertrud Kolmar

in een vertaling van Erik de Smedt
(tekstbron: Preußische Wappen)

In keel een gekromde zilverachtige aal
met vleugels en een gouden kroon.

Alles is vreemd in de wereld;
Ik ben begin en einde.
Water dat uit je oog valt,
Scharlaken moordenaarsgave
Besprenkelt mijn gevleugelde handen.
Ik ben de aal −
Kop in kas, kop in kas.
In de ban en vaal −
Kop in kas, kop in kas.
Voorwaar,
Ik dood je.

Ik bevochtig diep een rode grond
Met lieflijk glibberige koelte;
Als ik grijnzend de aardschoot verwond,
Wankelt trillend de molen.

In kamers schuiven de stoelen.

Graag bijt ik in mijn staart;
Zuig aan het slijm, dat natte.
Wat ik doe, is allemansdans;
Men wil zijn eindigheid vatten.

En lukt het niet, moet men het laten.

Eens hupte ik ’s nachts voor een woekeraarshuis,
Fladderend maar zonder voeten.
De oude koppelaarster kroop er morrend uit,
Om mijn kroon daar te groeten

En hoereerde met mij, zoete.

Nu ben ik in beelden verwenst en bestand −
Boven mij ritselen de aren −
En maak nog slechts nu en dan
Dat ze hersenzieke kinderen baren.
Hun moeders zullen ze voeden.
Ik ben de aal −
Kop in kas, kop in kas.
In de ban en vaal −
Kop in kas, kop in kas.
Voorwaar,
Ik dood je.


originele tekst: Wappen von Ahlen