Nachtstraal

door Paul Celan


(tekstbron: ViLT - Elke Dag Verse Lyriek)

NACHTSTRAAL

Het felst brandde het haar van mijn avondbeminde,
haar stuur ik de kist van het dunste hout.
Die is golvenomspoeld zoals het bed onzer dromen in Rome;
die heeft een witte pruik op zoals ik,  en spreekt hees:
die spreekt zoals ik wanneer ik aan harten de toegang verschaf.
die kent een Frans lied van de liefde, dat zong ik in de herfst,
toen ik door het Avondland dwaalde en brieven schreef aan de ochtend.

Een mooie aak is de kist, uit het hout van gevoelens gesneden.
Ook ik voer erin, bloedafwaarts, toen ik jonger was dan jouw oog.
en nu ben jij jong als een dode vogel in de maartse sneeuw,
nu komt hij naar jou toe en zingt zijn Franse lied.
Jullie zijn licht, jullie slapen mijn lente ten einde.
Ik ben lichter:
het is voor vreemden dat ik zing.


Geregistreerde lezing(en) van deze tekst:
Nachtstrahl