De fijne roman, een crescendo of een decrescendo

door Paul van Ostaijen

Mais le plus joli rêve
c’est le rêve d’amour
que l’on fait sur la grève
etc…

 

Is deze geschiedenis een crescendo? zij kon net zo goed een decrescendo zijn.
Zo is het: in werkelikheid is het een crescendo. In de muziek worden zulke dingen decrescendo geïnterpreteerd.
Wat nog eens bewijst kunst en historiese (schijnbare) realiteit zijn twee gans verscheiden dingen.
Alzo.
Zij (zij + hij) ontmoeten zich ‘s avonds.
‘s Avonds is het zó stil, zó zeer stil. Nog sterker (toujours plus fôhr, als de ganzetemmer Babylas): Het is zó zeer bladstil. Zó heel zeer bladstil. En daarom is de avond de tijd van de geliefden. Kunnen zij elkaar zoenen. O zó zeer zoete zoenen. Hun kussen-bloemen wegen niet op de avondstilte die breken zou onder elk gewicht. En hij loopt de kans bestolen, zij verkracht, beiden vermoord te worden. Want de avond is stil en fantasties. Stonde voor geliefden door God de Vader gemaakt. En ten slotte wordt men toch niet bestolen, vermoord of verkracht. (Dit laatste misschien een tegenvallertje). Men neemt van alles het goede. Namelik de zo penetrante sensatie dat men zou kunnen worden bestolen, verkracht of vermoord.
Hun uitverkoren rendez-vous is het park.
Een park dat wegzinkt in de avond. Waar het naar jasmijnen ruikt. O witte jasmijnen maagdelike bloemen, zegt de vrouw, gij zijt mij zeer verwant. – Een vrouw is steeds een kind. –
Nadat de vrouw deze verwantschap heeft gekonstateerd, gaan zij de zwijgzame laan langs. Zij langs de zeer zwijgzame laan. De bomen zijn hun zeer stille medeplichtigen. Ook de schabletter.
En zij gaan in een heel fijn diskreet restaurant.
De maître d’hôtel kent de fijnheid van zijn kliënteel. Er werd gereserveerd voor ze (zij +hij) een heel schoon kabinet. Geel en violet. Er waren zeer schone groene rozen.
Men weet niet van waar speelt een klein strijkje. Men weet niet van waar en men weet niet hoe. Enkel weet men dat het Tziganen zijn. Met rode vesten. Men weet zelfs dat die Tziganen feitelik geen Tziganen zijn. Berlijner noorden of Ménilmontant. Doch het voornaamste: de muziek speelt men weet niet van waar.
De muziek speelt Zigeunerwijzen; vol bloed en wilde dans. La musique adoucit.
Maar als zij deze muziek hoort is zij zoals de muziek: vol bloed (figuurlik) en wilde dans. Zij betreurt geen boheems of hongaars te kennen. Die woorden klinken zo bloedig en wild. Zo zeer bloedig enz. Nu kan zij slechts een wilde zoen op de lippen van de geliefde drukken (met platte pers, geen rotatief) en in zijn pruisiese officiersknevel bijten. Men heeft niet wat men wil.
Wellust en bloeddorstigheid zijn sedert lang als saamhorend herkend. Als zij de rode bourgogne heeft gedronken, wordt zij nog bloeddorstiger; als zij de wilde eend gegeten nog wellustiger. Samen nog wellustiger.
Maar de muziek speelt gedempt haar rode wildheid. En de vrouw legt haar wildheid samen met haar lijf in de schoot van de geliefde.
Daarbij valt de band van haar avondkleed haar van de schouder. Haar borsten hijgen zó wild en zó rood, haar lijf geurt zó zeer wild en zó zeer rood als de muziek van de Zigeuner. Noorden of Ménilmontant. Zijn soiréehemd wordt gans slap uit oppositie.
Dan komen vruchten. Perziken die haar wangen zijn. En champagne. Zij drinken uit hetzelfde glas. Dan drinken zij champagne uit elkanders mond. Hij kent dat best. Zij verslikt zich daarbij. De violist krast een valse noot.
De grote lichten worden gedoofd. Haar schilferend avondkleed grisperle valt hem in de handen een haringsvel. Dan danst zij in rode dessous een klassiek achttieneeuws menuet. Roze danseres op blauwe tapijt. Een vermoeide herderin valt zij hem in de armen. Zijn avondhemd wordt van langs om slapper. En met heel delikate gebaren ontdoet hij haar van haar roze pantalon. Maar haar lijf is een schone rozeknop die uit veel roze bladeren ontwaakt. Een moeilik kleurprobleem?… voor Manet.
De muziek zwijgt. Na een ‘goede nacht’, zó zeer zacht vioolgeprevel. Fakir hij trekt aan een touw. Tempel. Hij voert zijn Kharmapriesteres. Zij valt met een grote zucht en wijd open V armen. LARGO.
Andantino.

P.S. Met ‘largo’ meent de auteur het samenklinken van de elementen op dit precies moment. ‘Largo’ staat niet in betrekking met bepaalde objekten.
De auteur is geen realist.


door Paul van Ostaijen


tekstbron: DBNL
opgenomen in WEEKBLADEN #49 - transmutaties van de middenstem

Stuur uw bijdragen (enkel tekst aub, geen prentjes) voor de WEEKBLADEN naar weekbladen@radioklebnikov.be

Ontdek onze CD-collectie
op BANDCAMP!