UIT harten en breinen

door Paul Celan


(tekstbron: )

UIT harten en breinen
spruiten de halmen der nacht
en een woord, door zeisen gesproken
buigt hen in het leven.

Stom zoals zij
waaien wij de wereld in:
onze blikken,
gewisseld, tasten het af,
om troost te vinden,
wenken het donker ons nader.

Blikloos
verzwijgt jouw oog zich in mijn oog,
dwalend
hef ik jouw hart aan de lippen,
hef jij mijn hart aan de jouwe:
wat wij nu drinken
lest de dorst der uren;
wat wij nu zijn,
schenken de uren de tijd in.

Lust hij ons?
Geen klank en geen licht
ontglipt er ons die dat kan zeggen.

O halmen, gij halmen.
Gij halmen der nacht.


Geregistreerde lezing(en) van deze tekst:
AUS Herzen und Hirnen