Tot een kat

door Charles Cros

in een vertaling van Erik de Smedt
(tekstbron: 'Mijnheer Cros')

Witte kat, helemaal ongevlekt,
Mag ik je in dit vers even vragen
Welk geheim je groene ogen dragen,
Welk sarcasme je snor bedekt?

Je slaat ons gade, denkt in ’t geheim
Dat onze bleke wangen, dat onze lippen
Van dwaze koorts hun kleur kwijt zijn,
Dat onze holle ogen niet kunnen tippen

Aan je snoetje met de neus aan ’t eind
Rozig als een tepelknopje,
Aan je oren die met hun dessin
Trots je statig kopje kronen.

Waarom ben je altijd zo sereen?
Ontsluit jij misschien de problemen
Die ons, die niet zijn bij te benen,
Lente- en zomerpret benemen?

Bij de dood die ons bedreigt,
Of kat of mens, subtieler altijd
Dan onze kennis, weet soms je flair
Waar de verdwenen schoonheid blijft,

Waarheen de gedachten gaan, waarheen
De vleselijke heerlijkheden van weleer? …
Kat, draai toch je pupillen naar de rand;
Te veel zwart zie ik aan de binnenkant.


originele tekst: À une chatte Geregistreerde lezing(en) van deze tekst:
Tot een kat