Akwarel

door Paul van Ostaijen

Akwarel drijft rood. Blauw en geel. Omheen kleurbellen spoelt het water. In ontmoeting worden het rood en het blauw mild: mauve trilt ver tot aan de grens van het ervaarbare. Wattmanpapier vloeit mauvedoordrongen. Het mauve water wordt korrels Wattmanpapier. Ofwel: het geel vervloeit kinderlik begeren naar het oplossen van het stabiele. Het blauw rust, begrenst de trilling en bepaalt de verhouding naar binnen: kern. Kinderen blinken zeer lang schitterappels.

Vreugde het papier te strelen welkt van mijn vingers. Vingers willen verder tot de kennis van mijn ogen. Verlangen: te voelen de rust van het blauw en door te dringen tot aan de grens van meisjeskinderlike diepte mauvetrillen. Hun wens is lippen-zijn: lest, handen, dorst aan de bron van het oranje. Dit is mijn vingers schone tijd. Hun zich-oplossen geheel in hun opperzintuiglike begeerte. Zij zijn niet meer. Zij zijn enkel nog labiel. Zij zijn worden. Dingen die vingers waren, tans opgelost in het oog-zijn-streven.

Tot de ogen ontwaken, de dwingelanden het oproer smachten. Arme vingers, idealisten van het overvoeren van het geestelike in het opperzintuiglike. De ogen doden de dingen die zich oplosten in het labiele van te werkelike begeerte. De vingers zijn weer vingers. Zijn zij dat niet steeds geweest.

Arme vingers, elk mislukken besluit de vraag: waarom dit verlangen te ontwaken over het bepaald-zijn. Vingers zijn steeds vingers geweest. Zij zullen het oranje nooit drinken en nooit strelen het mauve. De dwingelanden houden niet van oproer. Het schijnt mij dat fonkelogen wreed kastijden eenmaal drieste vingers. Vol dierlike schaamte, zo verbergen mijn vingers hun begeerte.

Misschien is het goed dat de uiteindelike grens van mijn vingers is tijdelike hypertrofie van hun verlangen. Misschien is het goed dat ogen dwingelanden zijn. En dat oproerlingen zwak.

Toch dat spijts zwakte het oproer is. Dat mijn vingers even mochten trillen, kort, in de waanvoorstelling labiel te zijn en op weg naar het verwezenliken van hun begeerte.


door Paul van Ostaijen


tekstbron: DBNL
opgenomen in WEEKBLADEN #47 - linkse blauwvoeten

Stuur uw bijdragen (enkel tekst aub, geen prentjes) voor de WEEKBLADEN naar weekbladen@radioklebnikov.be

Ontdek onze CD-collectie
op BANDCAMP!