Categories
Lezingen

noemmemerel

Svetlana Zakharova, door haarzelf gelezen.
indringend lyrisch relaas van een liefde in volle Coronatijd.

Download het geluidsbestand van deze lezing (mp3)

    van Svetlana Zakharova
in een lezing van Svetlana Zakharova
opgenomen op 12/06/2021



tekst

hoe je niet open wou,
maar ik bleef geduldig
drukken op al je pijnknobbels;
je kraakte; en daar is het:

je leed, vermomd tot argwaan;
je hart is uitgemolken
en je tred is licht

het zoeken start
voor een gesloten deur
en in het donker

je gaat op tast, je raakt iets
kwijt, jezelf of mij, en keert terug
en draait je om en om
tot je van snelheid barst.

en nu, vanuit de leegte
beven, gedonkerd, pioenen.  

*

is het de liefde die je tijdsbesef verdraait
en dagen zo onmachtig lang maakt.
ik wacht, je komt maar niet, ik wacht,
en word een kind dat aan het stromend
water zit en speelt met stokjes.

de zon zakt met de snelheid van een slak,
de zomer eindigt niet. een kus van moeder,
haar warme zweetgeur, een geplette bes
die vlek vormt op de jurk: dit zal nooit
stoppen met ontstaan.

je komt, je bent gekomen, en de tijd
wordt klein, meedogenloos. het scheiden
nadert razendsnel, muilbandt het kind
in mij en snijdt de schreeuw af
nog voor de eerste krijs.  

*

hoe je in de deuropening stond
en in het donker van geluk glom.
je zei: dag merel, en je trok me
naar je toe. ik werd een kleine
dorstige vogel in je hand.

en kneedbaar ook. ik zou zo
elk ander dier geworden zijn, of
eentje dat goed luistert. als dat
verschil uitmaakte en je blijven kon.

hoe lukt het je om zomaar te vertrekken.
je loopt de trap af, huis uit, de wagen in en je rijdt weg.
ik lig nog urenlang doodstil en dicht de scheur
met beetjes zout water en wat zachtjes knijpen.  

*

het komt zo laat, de liefde,
dat het een gevecht zal
worden met de tijd.

hoe leef ik door de klamme
dagen heen tot ergens waar
jij bent, hoe laat ik weer los

mijn lijf erkent jou als mezelf,
je raakt me in de kern, zo diep
dat je verdwaalt en blijft maar
spoken in mijn hoofd en hart

hoe dankbaar moet ik zijn
voor alle leed en pijn die ik dan
telkens mag ervaren. en hopen
dat het slijt en went.

*


een groot en gapend gat zit in mijn borst:
jij rukte mijn hart uit en nam het mee.
ik snap niet goed hoe ik nog altijd
kan bewegen, waarom ik adem haal.

ik dek de wonde af met duizend
kleine zegens: een regendruppel
op lupine’s blad, de aardegeur,
getsjirp van jonge merels onder dak.

de tijd, die kronkelende slang, die sleept
zich voort, de beelden wisselen zich af.
hier zijn we samen, daar apart;
hier kwamen we elkaar nooit tegen,
daar drinkt ons nooit geboren kind
met lange teugen uit mijn borst.

*

dat weet je, hoe de woorden wegen,
en ik me aan je hart vastgrijp
om niet te zinken in je diepe stem;

ik ben te veel. je wil gewicht
afschudden, vluchten.

waar woon ik in je lijf.
hoe krijg je mij eruit.
de woorden – lusteloos,

bedorven – blijven vallen
als overrijpe vruchten.
hoe raken we vooruit.
of geeft je hart het op.

*


de merels vlogen uit. de leegte
staart me aan, en angst. hoe
moet dit verder. de zekerheid
ontbreekt van nog een dag, een
week, of jaar – of jaren? – samen.

ik rammel met begrippen – een zakje
gladde keien – op zoek naar één dat
bij ons past, en slaap niet meer,
en weet dat ook jij niet slaapt.

aan wederzijden van de nacht we
pellen tijd tot aan zijn bloederige
kern, om niets te grijpen, niets te voelen,
behalve warme open ader van het nu.  

*

en geen rust, geen nacht, geen slaap,
geen seconde waar de hand de droom
kan vangen in het vochtig duister.

jouw adem als een echo van onwoorden,
hun zwerm komt liggen op mijn borst
en wacht, leg je je ook neer, je weergalmt

door heel mijn hoofd, terwijl de tijd al lang
je heeft gewurgd en opgegeten, de klok loopt
voort, je wilde hier niet zijn maar kon je anders

wel bestaan. zo komt de wreedheid in haar
bloei: als strobloem, als agonie.
zo leef je, liefste, vlak tot aan je dood. 

*

wij waren dood, maar wij ademden nog,
wij gingen werken en naar de winkel,
maakten eten klaar, persten wat
woorden uit om de leegte te vullen,
leegte tussen ons en de anderen.

maar wij waren dood, de lont
was eruit, de band tussen jouw
hart en mijn hart knapte,

en dan zijn wij doodgegaan, het
was beter zo; de leegte rukte op
en alles viel terug op zijn plaats.


Svetlana Zakharova
Radio Klebnikov Weekbladen

lezing toegevoegd op 2021-06-17 11:58

over deze lezing


cover

Indringend lyrisch relaas van een liefde in volle Coronatijd. Afstand houden is hier onmogelijk.

Het werk van Svetlana Zakharova (°Rostov, Sovjetunie,1979) is een ware verademing in de verstikkende literaire workshopmufte van de Nederlandse letteren. Radio Klebnikov is bijzonder trots om dit grote talent in onze rangen te hebben.

En neen, je hoeft de naam niet te onthouden: volgend jaar kent iedereen die.


Ontdek onze CD-collectie
op BANDCAMP!