Categories
Angelika leest Celan

uit ‘Lichtzwang’ deel VI

    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
met Geert Huybens (gitaar)




Download dit geluidsbestand

tekst

SPERRIGES MORGEN
ich beiße mich in dich, ich schweige mich an dich,

wir tönen,
allein,

pastos
vertropfen die Ewigkeitsklänge,
durchquäkt
von heutigem
Gestern,

wir fahren,

groß
nimmt uns der letzte
Schallbecher auf:

den beschleunigten Herzschritt
draußen
im Raum
bei ihr, der Erd-
achse.


Paul Celan
A. Englund, Still Songs: Music In and Around the Poetry of Paul Celan, London 2012

MERKBLÄTTER-SCHMERZ,
beschneit, überschneit:

in der Kalenderlücke
wiegt ihn, wiegt ihn
das neugeborene
Nichts.


Paul Celan
Pierre Joris - Paul Celan, Breathturn into Timestead: The Collected Later Poetry: A Bilingual Edition

MERKBLÄTTER-SCHMERZ,
beschneit, überschneit:

in der Kalenderlücke
wiegt ihn, wiegt ihn
das neugeborene
Nichts.


Paul Celan
tekstbron: Pierre Joris - Paul Celan, Breathturn into Timestead: The Collected Later Poetry: A Bilingual Edition
lezing toegevoegd op 2020-04-17 06:09

over deze lezing


cover

Angelika Hulsmans leest drie teksten uit het slotdeel van Lichtzwang (1970)
Gitaar: Geert Huybens


Corona /Heaven is a beautiful place

    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans, Arnout Camerlinckx and Sabine Gillis




tekst

Aus der Hand frißt der Herbst mir sein Blatt: wir sind Freunde.
Wir schälen die Zeit aus den Nüssen und lehren sie gehn:
die Zeit kehrt zurück in die Schale.

Im Spiegel ist Sonntag,
im Traum wird geschlafen,
der Mund redet wahr.

Mein Aug steigt hinab zum Geschlecht der Geliebten:
wir sehen uns an,
wir sagen uns Dunkles,
wir lieben einander wie Mohn und Gedächtnis,
wir schlafen wie Wein in den Muscheln,
wie das Meer im Blutstrahl des Mondes.

Wir stehen umschlungen im Fenster, sie sehen uns zu von der Straße:
es ist Zeit, daß man weiß!
Es ist Zeit, daß der Stein sich zu blühen bequemt,
daß der Unrast ein Herz schlägt.
Es ist Zeit, daß es Zeit wird.

Es ist Zeit.


Paul Celan
Platform P.L.e.E.

Aus der Hand frißt der Herbst mir sein Blatt: wir sind Freunde.
Wir schälen die Zeit aus den Nüssen und lehren sie gehn:
die Zeit kehrt zurück in die Schale.

Im Spiegel ist Sonntag,
im Traum wird geschlafen,
der Mund redet wahr.

Mein Aug steigt hinab zum Geschlecht der Geliebten:
wir sehen uns an,
wir sagen uns Dunkles,
wir lieben einander wie Mohn und Gedächtnis,
wir schlafen wie Wein in den Muscheln,
wie das Meer im Blutstrahl des Mondes.

Wir stehen umschlungen im Fenster, sie sehen uns zu von der Straße:
es ist Zeit, daß man weiß!
Es ist Zeit, daß der Stein sich zu blühen bequemt,
daß der Unrast ein Herz schlägt.
Es ist Zeit, daß es Zeit wird.

Es ist Zeit.


Paul Celan
tekstbron: Platform P.L.e.E.
lezing toegevoegd op 2020-04-16 11:37

over deze lezing


cover

Schilderij: Ilse Derden
Fotografie, montage en productie: Arnout Camerlinckx
Geluid: Radio Klebnikov (Angelika Hulsmans-Thulke leest Corona van Paul Celan met zang van Sabine Gillis en Arnout Camerlinckx)


Nostradamus

    van Paul Snoek
in een lezing van Dirk Vekemans
opgenomen op 11/01/2020



tekst

Nostradamus

I

Mijn hielen aan de koele tegels des waters
en de maan door mijn oorschelp verduisterd,
zo durf ik rusten in de gleuf der glazen heuvels,
waarin de nacht mij als een zucht weerkaatst,
want waarlijk, een kus is mijn enige zintuig.

En zacht, als zilver dat men bijna aanraakt,
volbreng ik verzadigd de werken der goden.

Dit is mijn longen ontladen en drinken en
tussen adem en schaduw bewonderend voelen
hoe mijn handen angstvol in hun warme holte
de koude vingers van hun schepping strelen.

 

II

Het is een droom, voortvluchtig als water,
het korte glimmen van een mantelhaak,
het bijna horen zingen van een vreemde vogel,
iets dat ik mij enkel ‘s winters herinner.

Het is de droom dat ik tover met echo’s
dat ik doorzichtig het water weerkaats
en het water niet naboots,
dat de dauw die in mijn neusgang stolt
de bloem beweent die ik mij heb verbeeld,
dat de kleur die aan mijn vingers kleeft
aan de vleugel ontbreekt van de vlinder
die ik zag met het hart van mijn oog.

Het is de droom dat ik droomde.

III

Wanneer de ijsprins mij verlaat
en mijn borst zich bevrijdt van zijn schuddende ebbe,
wanneer ik mij wond aan de pegels der stilte
of aan het laatste slurpen van het daglicht,
het is dan dat een god mijn lichaam bewoont.

Het is wanneer ik hem vluchtend benader
en op zijn schouder rozen kus of soms
mijn mond laat rusten als een munt
dat ik mij uitwis en kortstondig glinster
als de ster, vóór zij in zee valt.

Het is wanneer ik even sterf
dat ik hem eeuwig liefheb en vallend bewonder.


Paul Snoek
DBNL

Nostradamus

I

Mijn hielen aan de koele tegels des waters
en de maan door mijn oorschelp verduisterd,
zo durf ik rusten in de gleuf der glazen heuvels,
waarin de nacht mij als een zucht weerkaatst,
want waarlijk, een kus is mijn enige zintuig.

En zacht, als zilver dat men bijna aanraakt,
volbreng ik verzadigd de werken der goden.

Dit is mijn longen ontladen en drinken en
tussen adem en schaduw bewonderend voelen
hoe mijn handen angstvol in hun warme holte
de koude vingers van hun schepping strelen.

 

II

Het is een droom, voortvluchtig als water,
het korte glimmen van een mantelhaak,
het bijna horen zingen van een vreemde vogel,
iets dat ik mij enkel ‘s winters herinner.

Het is de droom dat ik tover met echo’s
dat ik doorzichtig het water weerkaats
en het water niet naboots,
dat de dauw die in mijn neusgang stolt
de bloem beweent die ik mij heb verbeeld,
dat de kleur die aan mijn vingers kleeft
aan de vleugel ontbreekt van de vlinder
die ik zag met het hart van mijn oog.

Het is de droom dat ik droomde.

III

Wanneer de ijsprins mij verlaat
en mijn borst zich bevrijdt van zijn schuddende ebbe,
wanneer ik mij wond aan de pegels der stilte
of aan het laatste slurpen van het daglicht,
het is dan dat een god mijn lichaam bewoont.

Het is wanneer ik hem vluchtend benader
en op zijn schouder rozen kus of soms
mijn mond laat rusten als een munt
dat ik mij uitwis en kortstondig glinster
als de ster, vóór zij in zee valt.

Het is wanneer ik even sterf
dat ik hem eeuwig liefheb en vallend bewonder.


Paul Snoek
tekstbron: DBNL
lezing toegevoegd op 2020-03-26 03:44

over deze lezing


cover

muziek : Max Richter – On the Nature of Daylight (Entropy)
mixage : Arnout Camerlinckx
voordracht: dv


Uitzending van 07-03-2020

Met de stemmen van Arnout Camerlinckx, Dirk Vekemans, Kris Pollet, Mich Ghysbrecht, Svetlana Zakharorova, and Zaahne die werk brengen van Adriaan Krabbendam, Anna Glazova, Anoniem, Bernard Réquichot, Dirk Vekemans, Eva Cox, Lucebert, Tom Bessemans, Tomasz Różycki, and Venedikt Jerofejev begeleid door Jony Fitsch (cello), Tom Bessemans (mondharmonium), Zaahne (slagwerk), and Zaahne (zang)

RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN #20 : "Heibel in de Coronatiestraat" - Download een PDF met teksten gebruikt in deze uitzending

Uitzending van 29-02-2020

Met de stemmen van Arnout Camerlinckx, Dirk Vekemans, and Mich Ghysbrecht die werk brengen van Antje Krog, Bernard Réquichot, Dirk Vekemans, Genadi Gor, H.H. ter Balkt, Kees Ouwens, Kurt Schwitters, Paul Celan, and Shari Van Goethem
RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN #19 : "Ontgrendel het hart!" - Download een PDF met teksten gebruikt in deze uitzending

Uitzending van 22-02-2020

Met de stemmen van Arnout Camerlinckx, Dirk Vekemans, Kris Pollet, and Zaahne die werk brengen van Bernard Réquichot, Colin Wilson, Guido G.M. Utermark, Harmen Verbrugge, Kees Ouwens, Kurt Schwitters, Lars Gustaffson, Lucebert, Meng Jiao, and Paul Celan begeleid door Jony Fitsch (cello), Zaahne (slagwerk), and Zaahne (zang)

RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN #18 : "Gevangenen van Vrije Wil" - Download een PDF met teksten gebruikt in deze uitzending

Uitzending van 01-02-2020

Met de stemmen van Angelika Hulsmans, Arnout Camerlinckx, Dirk Vekemans, Sylvia Wesemael, and Zaahne die werk brengen van Arthur Rimbaud, Bert Schierbeek, Dirk Vekemans, Euripides, H.H. ter Balkt, Lucas Swine, Olchar E. Lindsann, and Paul Celan
RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN #17 : "Droefogige Deerne van de Lage Landen" - Download een PDF met teksten gebruikt in deze uitzending