auteurtest

    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
met Andrew Pease (gitaar - instrumentaal)
opgenomen op 21/05/2016



Download dit geluidsbestand

tekst

Allmählich clowngesichtig,
nichtsgespiegelt,

die Schminke Wahrheit blaugefrorn
im Winkelmund,

Frostpollen Puder auf dem blanken Überschädel,
rund um die dünne Fragelocke Schwarz,

die Brauen, Brauen: wachsend,
wei Riesenfühlerkämme, zwei,
– du großgestrählte,
großgespürte Rauhnacht Immerimmer -,
schon fortgeschwungen aus der Flocke Welt,
nicht hin, nicht her.


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.298-299

Stilaan een clowngezicht,
nietsweerspiegeling,

waarheidsschmink blauwbevroren
in de hoekenmond,

vorstpollenpoeder op de blanke opperschedel
rond om de dunne vraaglok zwart,

wenkbrauwen, wenkbrauwen, groeiend
twee reuze voelsprietkammen, twee,
– jij opgestraalde
opgetaste Immerimmer Driekoningenavond – ,
al weggeslingerd uit de vlokkenwereld,
niet heen, niet weer.


Paul Celan

lezing toegevoegd op 2020-05-10 11:53

over deze lezing


cover

(illustratie en NL-vertaling NKdeE 2020)


    van Rolf Dieter Brinkmann
in een lezing van Erik De Smedt
opgenomen op 16/04/2020



Download dit geluidsbestand

tekst

Vanaf een gegeven moment
hou je op slechts een banaan
te eten. Hij is Jean Harlow in
travestie en ziet er zo verlegen

uit wanneer de zijde ruist. De
betekenissen wisselen voortdurend over
en weer. (Nu eens is het een ba-
naan, dan weer niet!) Mijn leven is

ineens met een idee verkort
zegt hij en trilt met
zijn zwarte wimpers op
dezelfde plek. Er volgt een

andere banaan. Hij ontdoet haar
bedachtzaam van de schil en zuigt
erop. De betekenissen wisselen
voortdurend. Hij zegt: wat we zien, is

niet wat we zien en begint
van voren af aan. (Nu eens is het een
banaan, dan weer niet!) En op de-
zelfde oude sofa als ervoor zit

Jean Harlow in travestie. Ze zou
eindelijk willen komen maar kan het niet.
Ze moet tot slot eerst nog een ba-
naan eten die ze niet meer kan vinden.

 

(vertaling door Erik De Smedt van het gelijknamige gedicht
van Rolf Dieter Brinkmann, in: Godzilla, Wolfgang Hake Verlag, Keulen, 1968.)


Rolf Dieter Brinkmann
Ooteoote
lezing toegevoegd op 2020-04-16 10:06

over deze lezing


cover

    van Dirk Vekemans
in een lezing van Dirk Vekemans
opgenomen op 17/04/2020



Download dit geluidsbestand

tekst

Het zegt de dingen zakelijk vaarwel, er
is een dood present die het verlaten wil.
Banden ontbinden, ankers vergaan:
Het word in haar uiteindelijk bevrijd.

Het is atol, zijn aders zijn koralen.
Het is een wegen op het wiegen
van de immer zilte zee, spat
in het oog der brullende zon.

Het spreekt zichzelf niet langer tegen,
Het mengt zijn daden door het woord.
Het zal haar zang niet zijn, het is geen zingen.

Het ziet het naken van de nacht, verlaten
zelfs door de angst, de gramschap der graven:
in kille duisternis wordt het tot niets ontdaan.


Dirk Vekemans
ViLT - Elke Dag Verse Lyriek

Het zegt de dingen zakelijk vaarwel, er
is een dood present die het verlaten wil.
Banden ontbinden, ankers vergaan:
Het word in haar uiteindelijk bevrijd.

Het is atol, zijn aders zijn koralen.
Het is een wegen op het wiegen
van de immer zilte zee, spat
in het oog der brullende zon.

Het spreekt zichzelf niet langer tegen,
Het mengt zijn daden door het woord.
Het zal haar zang niet zijn, het is geen zingen.

Het ziet het naken van de nacht, verlaten
zelfs door de angst, de gramschap der graven:
in kille duisternis wordt het tot niets ontdaan.


Dirk Vekemans
tekstbron: ViLT - Elke Dag Verse Lyriek
lezing toegevoegd op 2020-04-17 10:45

over deze lezing


cover

Gedicht van de Dag uit 'HET' de prequel tot LAIS


    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
met Andrew Pease (gitaar - instrumentaal)
opgenomen op 21/05/2016



Download dit geluidsbestand

tekst

Auch mich, den wie du Geborenen, hält keine Hand,
und keine wirft mir ein Glück in die Stunde, nicht anders als dir,
den wie ich in Stierblut Getauchten,

doch stehen die Zahlen bereit, der Träne zu leuchten,
die in die Welt schnellt
aus unserm Nabel,

doch geht in die große Silbenschrift ein,
was uns nah kam, einzeln,

und die Mandelhode
gewittert
und blüht.

 

[Entstehung: Paris, 30.10.1967]


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.298

Evenmin mij, geboren net als jij, geen hand houdt mij vast
en geen werpt mij in het uur wat geluk toe, evenmin als jou,
in stierenbloed gedompeld net als ik,

toch staan de getallen klaar om de traan op te lichten,
die de wereld inschiet
vanuit onze navel,

toch gaat wat ons raakte
het grote syllabenschrift in, een na een,

en de amandelbal
bliksemt
en bloedt.


Paul Celan
(vertaald door het NKdeE-vertaalprogramma)
lezing toegevoegd op 2020-05-09 06:53

over deze lezing


cover
(illustratie en vertaling NKdeE 09/05/2020)

    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
opgenomen op 05/03/2013



Download dit geluidsbestand

tekst

AUS Herzen und Hirnen
sprießen die Halme der Nacht,
und ein Wort, von Sensen gesprochen,
neigt sie ins Leben.

Stumm wie sie
wehn wir der Welt entgegen:
unsere Blicke,
getauscht, um getröstet zu sein,
tasten sich vor,
winken uns dunkel heran.

Blicklos
schweigt nun dein Aug in mein Aug sich,
wandernd
heb ich dein Herz an die Lippen,
hebst du mein Herz an die deinen:
was wir jetzt trinken,
stillt den Durst der Stunden;
was wir jetzt sind,
schenken die Stunden der Zeit ein.

Munden wir ihr?
Kein Laut und kein Licht
schlüpft zwischen uns, es zu sagen.

O Halme, ihr Halme.
Ihr Halme der Nacht.


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.49-50

UIT harten en breinen
spruiten de halmen der nacht
en een woord, door zeisen gesproken
buigt hen in het leven.

Stom zoals zij
waaien wij de wereld in:
onze blikken,
gewisseld, tasten het af,
om troost te vinden,
wenken het donker ons nader.

Blikloos
verzwijgt jouw oog zich in mijn oog,
dwalend
hef ik jouw hart aan de lippen,
hef jij mijn hart aan de jouwe:
wat wij nu drinken
lest de dorst der uren;
wat wij nu zijn,
schenken de uren de tijd in.

Lust hij ons?
Geen klank en geen licht
ontglipt er ons die dat kan zeggen.

O halmen, gij halmen.
Gij halmen der nacht.


Paul Celan

UIT harten en breinen
spruiten de halmen der nacht
en een woord, door zeisen gesproken
buigt hen in het leven.

Stom zoals zij
waaien wij de wereld in:
onze blikken,
gewisseld, tasten het af,
om troost te vinden,
wenken het donker ons nader.

Blikloos
verzwijgt jouw oog zich in mijn oog,
dwalend
hef ik jouw hart aan de lippen,
hef jij mijn hart aan de jouwe:
wat wij nu drinken
lest de dorst der uren;
wat wij nu zijn,
schenken de uren de tijd in.

Lust hij ons?
Geen klank en geen licht
ontglipt er ons die dat kan zeggen.

O halmen, gij halmen.
Gij halmen der nacht.


Paul Celan
tekstbron:
lezing toegevoegd op 2020-06-02 12:22

over deze lezing


cover

(vert. en illustratie NKdeE 2020, CC 4.0 Free Culture License)


    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans, Arnout Camerlinckx and Sabine Gillis




tekst

Aus der Hand frißt der Herbst mir sein Blatt: wir sind Freunde.
Wir schälen die Zeit aus den Nüssen und lehren sie gehn:
die Zeit kehrt zurück in die Schale.

Im Spiegel ist Sonntag,
im Traum wird geschlafen,
der Mund redet wahr.

Mein Aug steigt hinab zum Geschlecht der Geliebten:
wir sehen uns an,
wir sagen uns Dunkles,
wir lieben einander wie Mohn und Gedächtnis,
wir schlafen wie Wein in den Muscheln,
wie das Meer im Blutstrahl des Mondes.

Wir stehen umschlungen im Fenster, sie sehen uns zu von der Straße:
es ist Zeit, daß man weiß!
Es ist Zeit, daß der Stein sich zu blühen bequemt,
daß der Unrast ein Herz schlägt.
Es ist Zeit, daß es Zeit wird.

Es ist Zeit.


Paul Celan
Platform P.L.e.E.

Aus der Hand frißt der Herbst mir sein Blatt: wir sind Freunde.
Wir schälen die Zeit aus den Nüssen und lehren sie gehn:
die Zeit kehrt zurück in die Schale.

Im Spiegel ist Sonntag,
im Traum wird geschlafen,
der Mund redet wahr.

Mein Aug steigt hinab zum Geschlecht der Geliebten:
wir sehen uns an,
wir sagen uns Dunkles,
wir lieben einander wie Mohn und Gedächtnis,
wir schlafen wie Wein in den Muscheln,
wie das Meer im Blutstrahl des Mondes.

Wir stehen umschlungen im Fenster, sie sehen uns zu von der Straße:
es ist Zeit, daß man weiß!
Es ist Zeit, daß der Stein sich zu blühen bequemt,
daß der Unrast ein Herz schlägt.
Es ist Zeit, daß es Zeit wird.

Es ist Zeit.


Paul Celan
tekstbron: Platform P.L.e.E.
lezing toegevoegd op 2020-04-16 11:37

over deze lezing


cover

Schilderij: Ilse Derden
Fotografie, montage en productie: Arnout Camerlinckx
Geluid: Radio Klebnikov (Angelika Hulsmans-Thulke leest Corona van Paul Celan met zang van Sabine Gillis en Arnout Camerlinckx)


    van Gottfried Benn
in een lezing van Erik De Smedt
opgenomen op 13/05/2020



Download dit geluidsbestand

tekst

De kroon van de schepping, het varken, de mens –:
ga toch met andere dieren om!
Op zijn zeventiende platluizen
tussen kwalijke smoelen heen en weer,
darmziektes en alimentatiegelden,
wijven en wimperdiertjes,
op je veertigste begint de blaas te lopen –
denken jullie dat omwille van zo’n knolgewas de aarde groeide
van de zon tot de maan –? Wat keffen jullie toch?
Jullie praten over ziel – Wat is jullie ziel?
Schijt de oude vrouw nacht na nacht haar bed vol –
smeert de grijsaard zijn wrakke dijen dicht,
en jullie reiken voer om het in de darm te stoppen,
denken jullie dat de sterren zaad verspreiden van geluk …?
Bah! – Uit koud geworden darmen
spuwde aarde zoals uit andere gaten vuur,
een bek vol bloed tevoorschijn –:
dat waggelt
langs de neerwaartse boog
zelfingenomen de schaduw in.


Gottfried Benn

lezing toegevoegd op 2020-05-14 11:01

Vertaling van Der Arzt II door Erik de Smedt:

Die Krone der Schöpfung, das Schwein, der Mensch –:
geht doch mit anderen Tieren um!
Mit siebzehn Jahren Filzläuse,
zwischen üblen Schnauzen hin und her,
Darmkrankheiten und Alimente,
Weiber und Infusorien,
mit vierzig fängt die Blase an zu laufen –:
meint ihr, um solch Geknolle wuchs die Erde
von Sonne bis zum Mond –? Was kläfft ihr denn?
Ihr sprecht von Seele – Was ist eure Seele?
Verkackt die Greisin Nacht für Nacht ihr Bett –
schmiert sich der Greis die mürben Schenkel zu,
und ihr reicht Fraß, es in den Darm zu lümmeln,
meint ihr, die Sterne samten ab vor Glück…?
Äh! – Aus erkaltendem Gedärm
spie Erde wie aus anderen Löchern Feuer,
eine Schnauze Blut empor –:
das torkelt
den Abwärtsbogen
selbstgefällig in den Schatten.

over deze lezing


cover

(illustratie: NKdeE 2020)


    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
opgenomen op 25/02/2017



Download dit geluidsbestand

tekst

Das weiße Herz unsrer Welt, gewaltlos verloren wirs heut um die Stunde des gilbenden Maisblatts:
ein runder Knäuel, so rollt’ es uns leicht aus den Händen.
So blieb uns zu spinnen die neue, die rötliche Wolle des Schlafs an der sandigen Grabstatt des Traumes:
ein Herz nicht mehr, doch das Haupthaar wohl des Steins aus der Tiefe,
der ärmliche Schmuck seiner Stirn, die sinnt über Muschel und Welle.

Vielleicht, daß am Tor jener Stadt in der Luft ihn erhöhet ein nächtlicher Wille,
sein östliches Aug ihm erschließt überm Haus, wo wir liegen,
die Schwärze des Meers um den Mund und die Tulpen aus Holland im Haar.
Sie tragen ihm Lanzen voran, so trugen wir Traum, so entrollt’ uns das weiße Herz unsrer Welt. So ward ihm das krause
Gespinst um sein Haupt: eine seltsame Wolle,
an Herzens Statt schön.

O Pochen, das kam und schwand! Im Endlichen wehen die Schleier.


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.34)

De steen uit de zee

Het witte hart van onze wereld, we verloren het geweldloos heden omstreeks het uur van het vergeelde maïsblad:
een bolletje kluwen, zo rolde het ons licht uit de handen.
Dus bleef er ons niets dan het spinnen van het nieuwe, de rossige wol van de
slaap bij het zandige graf van de droom:
geen  hart meer, maar hoofdhaar toch van de steen uit de diepte,
de schamele tooi van zijn voorhoofd dat mijmert over schelpen en golf.

Misschien dat aan de poort van die stad in de lucht daar een nachtwil hem ophoogt, hem zijn oostelijk oog ontsluit boven ons huis, waar wij liggen,
met het zwart van de zee aan de mond en met tulpen uit Holland in het haar.
Lanzen draagt men hem voor, zo droegen wij droom, zo rolde ons ’t witte hart van onze wereld weg. Zo kreeg hij ’t krullende
spinsel aan zijn hoofd: een zeldzame wol,
mooi waar het hart was.

O kloppen dat kwam en verdween! In ‘t eindige waaien de sluiers.


Paul Celan

lezing toegevoegd op 2020-05-21 12:36

over deze lezing


cover

(illustratie en vertaling NKdeE 2020)


    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
met Svetlana Zakharova (duimpiano)
opgenomen op 25/02/2017



Download dit geluidsbestand

tekst

Du denk mit mir: der Himmel von Paris, die große Herbstzeitlose . . .
Wir kauften Herzen bei den Blumenmädchen:
sie waren blau und blühten auf im Wasser .
Es fing zu regnen an in unserer Stube ,
und unser Nachbar kam, Monsieur Le Songe, ein hager Männlein.
Wir spielten K arten, ich verlor die Augensterne;
du liehst dein Haar mir, ich verlors, er schlug uns nieder.
Er trat zur Tür hinaus, der Regen folgt’ ihm .
Wir waren tot und konnten atmen.


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.34-35

Jij denk met mij: de hemel van Parijs, de grote herfsttijloze…
Wij kochten harten bij de bloemenmeisjes:
ze waren blauw en bloeiden open in het water.
Het begon te regenen in onze kamer
en onze buurman kwam, monsieur Le Songe, een spichtig mannetje.
We speelden kaart, ik verloor de ogensterren;
jij leende mij je haar, ik verloor het, hij sloeg ons neer.
Hij ging de deur uit, de regen volgde.
Wij waren dood en konden ademen.


Paul Celan

lezing toegevoegd op 2020-05-22 11:17

over deze lezing


cover

(vert. en illustratie NKdeE 2020)


    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
opgenomen op 06/09/2011



Download dit geluidsbestand

tekst

Halbe Nacht. Mit den Dolchen des Traumes geheftet in sprühende Augen.
Schrei nicht vor Schmerz: wie Tücher flattern die Wolken.
Ein seidener Teppich, so ward sie gespannt zwischen uns, daß getanzt sei von Dunkel zu Dunkel.
Die schwarze Flöte schnitzten sie uns aus lebendigem Holz, und die Tänzerin kommt nun.
Aus Meerschaum gesponnene Finger taucht sie ins Aug uns:
eines will hier noch weinen?
Keines. So wirbelt sie selig dahin, und die feurige Pauke wird laut.
Ringe wirft sie uns zu, wir fangen sie auf mit den Dolchen.
Vermählt sie uns so? Wie Scherben erklingts, und ich weiß es nun wieder:
du starbst nicht
den malvenfarbenen Tod.


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.29-30

Halve nacht. Met de droomdolken geniet in de sproeiende ogen.
Schreeuw niet van pijn: als doeken klapperen de wolken.
Een tapijt van zijde, zo was hij tussen ons gespannen, dat er gedanst kon worden van donker naar donker.
Een zwarte fluit sneden ze ons uit levend hout, en daar komt de danseres.
Uit zeeschuim gesponnen vingers dompelt ze ons in de ogen:
wil er iemand hier nog huilen?
Niemand. Zo wervelt ze dronken daar en de vurige pauk klinkt luid.
Ringen werpt ze ons toe, we vangen ze op met de dolken.
Huwt zij ons? Als scherven klinkt het, en nu weet ik het weer:
jij stierf niet
de malvekleurige dood.


Paul Celan

Halve nacht. Met de droomdolken geniet in de sproeiende ogen.
Schreeuw niet van pijn: als doeken klapperen de wolken.
Een tapijt van zijde, zo was hij tussen ons gespannen, dat er gedanst kon worden van donker naar donker.
Een zwarte fluit sneden ze ons uit levend hout, en daar komt de danseres.
Uit zeeschuim gesponnen vingers dompelt ze ons in de ogen:
wil er iemand hier nog huilen?
Niemand. Zo wervelt ze dronken daar en de vurige pauk klinkt luid.
Ringen werpt ze ons toe, we vangen ze op met de dolken.
Huwt zij ons? Als scherven klinkt het, en nu weet ik het weer:
jij stierf niet
de malvekleurige dood.


Paul Celan
tekstbron:
lezing toegevoegd op 2020-06-17 08:45

over deze lezing


cover

(Geluidsband: Arnout Camerlinckx 2011 - illustratie en vertaling: NKdeE 2020)


    van Johann Wolfgang Goethe
in een lezing van Erik De Smedt
opgenomen op 26/05/2020



Download dit geluidsbestand

tekst

Edel weze de mens,
Hulpvaardig en goed!
Want dat alleen
Onderscheidt hem
Van alle wezens
Die wij kennen.

Heil aan de onbekende
Hogere wezens
Die wij vaag vermoeden!
Moge de mens op hen gelijken!
Zijn voorbeeld moge ons leren
Aan hen te geloven.

Want gevoelloos
Is de natuur:
De zon schijnt
Over goeden en kwaden,
En voor de misdadiger
Schitteren als voor de beste
De maan en de sterren.

Wind en stromen,
Donder en hagel
Gaan bruisend hun weg
En grijpen
Voorbij snellend
De een na de ander.

Ook het geluk
Loopt tastend tussen de menigte,
Grijpt nu eens de gekrulde
Onschuld van de knaap,
Dan weer de kale
Schuldige schedel.

Volgens eeuwige, ijzeren
Grote wetten
Moeten wij allen
De kringen van ons
Bestaan voltooien.

Alleen de mens slechts
Vermag het onmogelijke:
Hij onderscheidt,
Kiest en oordeelt;
Hij kan het ogenblik
Duur verlenen.

Hij alleen mag
De goede belonen,
De boze bestraffen,
Genezen en redden,
Al wat dwaalt en doolt
Nuttig verbinden.

En wij vereren
De onsterfelijken
Als waren ze mensen,
Als deden ze in het groot
Wat de beste in het klein
Doet of zou willen doen.

De edele mens
Weze hulpvaardig en goed!
Onvermoeibaar moge hij scheppen
Wat nuttig en juist is,
Weze hij ons een voorbeeld
Van die vaag vermoede wezens!


Johann Wolfgang Goethe
n.v.t.
lezing toegevoegd op 2020-05-27 01:05

Vertaling van Das Göttliche door Erik de Smedt:

Edel sei der Mensch,
Hilfreich und gut!
Denn das allein
Unterscheidet ihn
Von allen Wesen,
Die wir kennen.

Heil den unbekannten
Höhern Wesen,
Die wir ahnen!
Ihnen gleiche der Mensch!
Sein Beispiel lehr’ uns
Jene glauben.

Denn unfühlend
Ist die Natur:
Es leuchtet die Sonne
Über Bös’ und Gute,
Und dem Verbrecher
Glänzen, wie dem Besten
Der Mond und die Sterne.

Wind und Ströme,
Donner und Hagel
Rauschen ihren Weg
Und ergreifen
Vorüber eilend
Einen um den andern.

Auch so das Glück
Tappt unter die Menge,
Faßt bald des Knaben
Lockige Unschuld,
Bald auch den kahlen
Schuldigen Scheitel.

Nach ewigen, ehrnen,
Großen Gesetzen
Müssen wir alle
Unseres Daseins
Kreise vollenden.

Nur allein der Mensch
Vermag das Unmögliche:
Er unterscheidet,
Wählet und richtet;
Er kann dem Augenblick
Dauer verleihen.

Er allein darf
Den Guten lohnen,
Den Bösen strafen,
Heilen und retten,
Alles Irrende, Schweifende
Nützlich verbinden.

Und wir verehren
Die Unsterblichen,
Als wären sie Menschen,
Täten im Großen,
Was der Beste im Kleinen
Tut oder möchte.

Der edle Mensch
Sei hülfreich und gut!
Unermüdet schaff’ er
Das Nützliche, Rechte,
Sei uns ein Vorbild
Jener geahneten Wesen!

over deze lezing


cover

Een onversneden, idealistische wensdroom uit de Weimarer Klassik: vertrouwen in het goede, ware en schone, tegen de onverschilligheid in. Johann Wolfgang Goethe gaf zijn gedicht over de mens (1783) de titel ‘Het goddelijke’.


    van Dirk Vekemans
in een lezing van Dirk Vekemans
met Dirk Vekemans (piano)
opgenomen op 18/04/2020



Download dit geluidsbestand

tekst

Onaantastbaar is het donker van het zinken,
Ongenaakbaar hoe het rotten zinkt in grond,
Onweerstaanbaar is de lust dat het er voedt.

Het sijpelt van begane grond naar diepe zee.
Het brengt de dingen zilt in lome golf teweeg.
Het woeden barst, verparelt, woelt in zand.

In droeve stromen bruisen gele liefdeskernen.
De gedachten slierten tastbaar voor de rode zon.
Zwermen vogels kleuren blauw de avondlucht.

Haat blaast zwarte wolken naar een barre kust.
Vriendschap keert zich om, verhardt tot lust.
Het herkent zich in het wit van de geraamtes.

Het neemt vrede met de tederheid, het zachte
wiegen der gladiolen in de geile lentewind, met
bomen die de hemel blad en tak aanreiken.

Maar de aarde met haar zeeën woelt en bidt
aldoor tot het van haar vervlietende heelal.
Onaantastbaar is het zinken, ongenaakbaar

zinkt het rotten, vrijheid is er enkel in verval.


Dirk Vekemans
ViLT - Elke Dag Verse Lyriek

Onaantastbaar is het donker van het zinken,
Ongenaakbaar hoe het rotten zinkt in grond,
Onweerstaanbaar is de lust dat het er voedt.

Het sijpelt van begane grond naar diepe zee.
Het brengt de dingen zilt in lome golf teweeg.
Het woeden barst, verparelt, woelt in zand.

In droeve stromen bruisen gele liefdeskernen.
De gedachten slierten tastbaar voor de rode zon.
Zwermen vogels kleuren blauw de avondlucht.

Haat blaast zwarte wolken naar een barre kust.
Vriendschap keert zich om, verhardt tot lust.
Het herkent zich in het wit van de geraamtes.

Het neemt vrede met de tederheid, het zachte
wiegen der gladiolen in de geile lentewind, met
bomen die de hemel blad en tak aanreiken.

Maar de aarde met haar zeeën woelt en bidt
aldoor tot het van haar vervlietende heelal.
Onaantastbaar is het zinken, ongenaakbaar

zinkt het rotten, vrijheid is er enkel in verval.


Dirk Vekemans
tekstbron: ViLT - Elke Dag Verse Lyriek
lezing toegevoegd op 2020-04-18 10:15

over deze lezing


cover

uit 'Het', de prequel tot LAIS


    van Paul Celan
in een lezing van Angelika Hulsmans
met Andrew Pease (gitaar - instrumentaal)
opgenomen op 21/05/2016



Download dit geluidsbestand

tekst

Im Zeitwinkel schwört
die entschleierte Erle
still vor sich hin,

auf dem Erdrücken, handspannenbreit,
hockt die durchschossene
Lunge,

an der Flurgrenze pickt
die Flügelstunde das Schneekorn
aus dem eigenen Steinaug.

Lichtbänder stecken mich an,
Kronschäden flackern.


Paul Celan
Paul Celan, Die Gedichte, Suhrkamp, Frankfurt, 2005, p.297-298

In de tijdhoek zweert
de ontsluierde els
stil voor zich uit,

op de aardrug hurkt,
een handspanwijdte breed,
de doorschoten long,

het vleugeluur pikt
op de veldgrens de sneeuwpit
uit het eigen steenoog,

lichtlinten ontsteken mij,
kroonschade flakkert.


Paul Celan
vert. NKdeE 2020
lezing toegevoegd op 2020-05-08 09:53

over deze lezing


cover

    van Dirk Vekemans
in een lezing van Andrew Pease
met Andrew Pease (zang-gitaar)
opgenomen op 02/04/2020



tekst

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
geen wrange woede daar,
geen tieren dat rond mij komt staan.

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
geen woeste mannen daar,
geen fel gebaren dat mij dood wil slaan.

in het duister neemt het duister
al de koude weg uit mij.
in het duister speelt het duister
stille warme melodie voor mij.

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
niemand ziet nog wie of waar ik ben:
in het duister ben ik weg van hen.


Dirk Vekemans
ViLT - Elke Dag Verse Lyriek

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
geen wrange woede daar,
geen tieren dat rond mij komt staan.

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
geen woeste mannen daar,
geen fel gebaren dat mij dood wil slaan.

in het duister neemt het duister
al de koude weg uit mij.
in het duister speelt het duister
stille warme melodie voor mij.

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
niemand ziet nog wie of waar ik ben:
in het duister ben ik weg van hen.


Dirk Vekemans
tekstbron: ViLT - Elke Dag Verse Lyriek
lezing toegevoegd op 2020-04-02 07:07

over deze lezing


cover

ik zeg u dit komt nie goe!


    van
in een lezing van
met Wilhelm Van Langendonck (surbahar)
opgenomen op 18/04/2020



Download dit geluidsbestand

tekst


lezing toegevoegd op 2020-04-28 07:21

over deze lezing


cover

(afb.: Asemische lezing van deze Jaijaiwanti lezing door dv)

Het is de allereerste uitvoering van de raga 'Jaijaiwanti' op surbahar door Wilhelm Van Langendonck die je kan horen hier, vandaar de ondertitel 'riding a wild horse'.
Samen met de gezongen versie vormt het een tweeluik ter nagedachtenis van Johan Develder, Klebnikoviet van het eerste uur en een  innige jeugdvriend van Wilhelm ('we waren als broers toen we een jaar of 18 waren, , in zijn latere leven zijn we elkaar wat uit het oog verloren , spijtig')

Wilhelm Van Langendonck over de raga's:

De oorsprong van de namen van de raga's zijn net als de raga's zelf deel van een traditie die op zijn minst vele honderden jaren terugloopt in de tijd.
Omdat we te maken hebben met een orale traditie, hebben de meeste raga's niet echt een punt van oorsprong, ze zijn langzaam gevormd doorheen de tijd, overheen vele generaties van muzikanten, die er elk hun inspiratie aan gegeven hebben.

Een raga lijkt een vast gegeven, maar in wezen is het dit niet, ze zijn zoals het gebergte, dat lijkt ook vast, maar in werkelijkheid groeit en transformeert het net als alle andere dingen.
Er zijn een paar honderd levende raga's, raga's die actief gezongen en gespeeld worden in onze huidige tijd. Iedere raga heeft een welbepaald karakter en een eigen stemming.

Als de raga goed wordt uitgevoerd dan wordt de geest van de raga wakker gemaakt en vult deze de ruimte, je kan het gewaarworden als een aanwezigheid.

Melodisch gezien is een raga een soort matrix, een samenspel van bepaalde muzikale intervallen, accenten, bewegingen, die een 'roadmap' vormen waarin improvisatie mogelijk wordt. De opbouw van deze improvisatie zelf is ook deel van de traditie, in zijn meest rudimentaire vorm heeft deze twee delen; een gedeelte vrij van ritmische structuur, en een gedeelte waarin de melodie verder drijft op een regelmatige puls, als een hartslag.

De opbouw heeft verder subdivisies, maar dit is enkel belangrijk tijdens her leer en oefenproces, eens al deze kennis verinnerlijkt is, verdwijnen alle concepten en wordt het spelen een spontane daad, een manifestatie geïnspireerd door de geest van de raga.

meer info: www.raga.be

 


%d bloggers like this: